Advies nodig? Bel +31 (0)88 220 88 22 of stuur een mail
e-learning prikaccidenten voorkomen

E-learning Voeding bij diabetes type 1

Om patiënten met diabetes type 1 goed te begeleiden op het gebied van voeding, is veel vakkennis nodig en wordt meestal een diëtist ingeschakeld. Maar ook jij krijgt vragen of geeft begeleiding over voeding bij diabetes type 1 kun je je vakkennis op een leuke manier testen en bijspijkeren. In deze e-learning leer je iets over de basis van diabetes type 1, het voedingsadvies en alles over wisselwerking medicatie en voeding.

 

Start hier de E-learning Voeding bij diabetes type 1 voor praktijkondersteuners.
Deze e-learning is geaccrediteerd door NvVPO voor 1 punt en duurt 90 minuten.

 

Start hier de E-learning Voeding bij diabetes type 1 voor doktersassistenten.
Deze e-learning duurt 90 minuten.

 

Start hier de E-learning Voeding bij diabetes type 1 voor verpleegkundigen en verzorgenden.
Deze e-learning is geaccrediteerd door V&VN en duurt 90 minuten.

 

Start hier de E-learning Voeding bij diabetes type 1 voor apothekersassistenten.

Deze e-learning is geaccrediteerd door Optimafarma & NVFZ en duurt 90 minuten.

 

Heb je een vraag over de e-learnings? Bekijk dan de veelgestelde vragen.
De e-learning werkt het best op de volgende browsers: Chrome, Firefox, Opera, Edge en Safari.

 

Vind je deze e-learning interessant? Bekijk dan eens de e-learning over voeding bij diabetes type 2!

*Hieronder lees je waar de e-learning over gaat. 

Wat vind je in deze e-learning?

Wat leer je in de e-learning?

Als je de e-learning met succes hebt afgerond, heb je de volgende leerdoelen bereikt:

  • Je hebt een basiskennis over diabetes type 1
  • Je kunt advies geven over voeding bij diabetes type 1
  • Beschrijven wat de invloed van medicatie en voeding is bij diabetes type 1
  • Je hebt een kennis van de verschillende soorten insuline
  • Je kunt de factoren die invloed hebben op hypo- en hyperglykemie beschrijven

Wil je je verder verdiepen in diabetes type 1 en voeding? Lees dan de NDF richtlijnen Diabetes.

De basis

  • Bij diabetes type 1 is er een te hoge bloedglucoseconcentratie in je lichaam
  • De oorzaak hiervan is een te lage productie van insuline
  • Wat is insuline? Dit is een hormoon. In jouw lichaam zitten bètacellen die deze hormonen produceren.
  • In de alvleesklier bevinden zich de eilandjes van Langerhans. De bètacellen van deze eilandjes maken te weinig insuline aan.
  • De taak van insuline is om de glucose in het bloed op te nemen in cellen
  • Je krijgt klachten als er een gebrek aan insuline in je lichaam is. Het gevolg hiervan is namelijk dat het glucosegehalte in het bloed te hoog wordt.
  • Het is te behandelen met een insulinepen of -pomp. Dan kan je zelf insuline toedienen.

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Je spreekt van een auto-immuunziekte wanneer het afweersysteem de bètacellen in de alvleesklier beschadigt. De bètacellen kunnen vervolgens minder, of soms helemaal geen, insuline meer aanmaken. Helaas is diabetes type 1 niet te voorkomen door een andere leef- of eet-stijl.

De basis van diabetes: de alvleesklier

Het voedingsadvies bij diabetes

De Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) heeft in 2006 de basis gelegd voor de officiële voedingsrichtlijnen. Waarom is goede voeding essentieel?

  • Heeft een positief effect op de bloedglucoseregulatie
  • Verlaagt het risico op hart- en vaatziekten
  • Helpt bij het voorkomen of vertragen van complicaties

Wat staat er in de NDF Voedingsrichtlijn?

  • Geeft aan dat goede voeding een belangrijke rol speelt in de diabeteszorg
  • Is opgesteld door een gevarieerde werkgroep met daarin niet alleen diëtisten en voedingsdeskundigen, maar ook diabetespatiënten, behandelaars en zorgverleners
  • De richtlijnen worden vaak geüpdatet op basis van het laatste onderzoek.

Alles over wisselwerking medicatie en voeding bij diabetes type 1

Zoals je eerder hebt gelezen worden mensen met diabetes type 1 behandeld met insuline. Je kan zowel een pomp als pen hiervoor gebruiken. Er zijn echter verschillende soorten insuline. De overeenkomst tussen deze soorten is dat ze allemaal de bloedglucosewaarden verlagen. Het verschil is dat ze dit allemaal in een ander tempo doen. Dit zijn de verschillende soorten:

Ultrakortwerkende insuline
Dit kan je toedienen vlak voor het eten van een maaltijd. Het kan ook voor een groter tussendoortje waar veel koolhydraten in zitten. Daarom heet dit ook wel ‘maaltijdinsuline’. De effecten hiervan duren ongeveer 3 tot 5 uur.

  1. Kortwerkende insuline
    Dit kan je 15 tot 30 minuten voor een maaltijd toedienen. Het kan ook voor een groter tussendoortje. De effecten hiervan duren ongeveer 6 tot 8 uur. Dit noem je ook wel ‘maaltijdinsuline’.
  2. Langwerkende insuline
    Het is belangrijk om langwerkende insuline dagelijks op hetzelfde tijdstip toe te dienen. Het doel hiervan is een constante aanwezigheid van insuline. Dit noem je ook wel de basale insuline. De langwerkende insuline neemt langzamer op in het lichaam. De werking hiervan daarentegen is 22 tot 24 uur.
  3. Ultra-langwerkende insuline
    In tegenstelling tot eerdergenoemde insuline, hoeft de ultra-langwerkende insuline niet per se op een vast tijdstip toegediend te worden. Het zorgt ervoor dat er altijd insuline in je lichaam zit. De opname van deze insuline soort is langzaam, maar werkt wel 24 uur of langer.
  4. Mix-insuline
    Mix-insuline is een mix van de snelwerkende en (ultra)langwerkende insuline. De mix-insuline dien je meestal twee keer per dag toe. Bijvoorbeeld bij de start van het ontbijt en bij de start van het diner. Al na 10 tot 20 minuten begint de insuline te werken. De werking van deze insuline duurt ongeveer 24 uur.

Als het mis gaat: een hypo of hyper

Wanneer iemand met diabetes type 1 dingen als bewegen, eten en insuline toedienen niet goed op elkaar zijn afgestemd, kan een hypo of hyper opspelen. De bloedglucose is dan de hoog of te laag. Een hyperglykemie is wanneer de bloedglucose te hoog is. Een hypoglykemie is wanneer de bloedglucose te laag is.

Koolhydraten tellen

Koolhydraten zijn belangrijk bij het berekenen van de hoeveelheid (ultra)kortwerkende insuline. Koolhydraten zijn macrovoedingsstoffen. Net zoals vetten en eiwitten. Van koolhydraten krijg je energie, het is je brandstof. 1 gram koolhydraten staat gelijk aan 4 kilocalorieën.

Koolhydraten bestaan ui suikermoleculen. Er zijn verschillende soorten suikermoleculen.

  • Dit staat gelijk aan 1 suikermolecuul. Voorbeelden hiervan zijn glucose en fructose.
  • Dit staat gelijk aan 2 suikermoleculen. Voorbeelden hiervan zijn saccharose (suiker) en lactose (melksuiker).
  • Dit staat gelijk aan heel veel suikermoleculen. Een voorbeeld hiervan is zetmeel.

Koolhydraten worden in je bloed omgezet tot glucose. Als je voldoende insuline aanmaakt wordt de glucose opgenomen. Er zijn twee manieren hoe de glucose wordt opgenomen. Ten eerste door de weefsels die het kunnen verbranden. Ten  tweede kan het in de lever en spieren worden opgeslagen.

 

Voorbeelden van goede koolhydraten zijn volkorenpasta en volkorenbrood, peulvruchten, fruit, groente en aardappels. Deze producten bevatten namelijk naast koolhydraten ook vezels. Minder gezonden koolhydraten zijn snoep, frisdrank en koek. Deze producten zijn minder gezond omdat ze bijna geen vezels bevatten.

Als het mis gaat: een hypo of hyper

Wanneer iemand met diabetes type 1 dingen als bewegen, eten en insuline toedienen niet goed op elkaar zijn afgestemd, kan een hypo of hyper opspelen. De bloedglucose is dan de hoog of te laag. Een hyperglykemie is wanneer de bloedglucose te hoog is. Een hypoglykemie is wanneer de bloedglucose te laag is.

 

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on google
Google+
Share on linkedin
LinkedIn