Advies nodig? Bel +31 (0)88 220 88 22 of stuur een mail
Uitgebreide e-learning preventie van prikaccidenten voor verpleegkundigen

Herkenning en preventie van smetten

Je voorkomt graag smetten bij jouw patiënt. Deze richtlijnen van V&VN helpen je om smetten te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen en te behandelen. Zo lees je in deze richtlijnen bijvoorbeeld over de pathofysiologie van smetten, de diagnostiek en de preventieve maatregelen.

 

Bekijk de V&VN Richtlijn Smetten hier.

 

Hieronder lees je waar de V&VN Richtlijn Smetten over gaat.

Herkenning en preventie van smetten | voor zorgprofessionals

Als zorgprofessional voorkom je het liefst smetten bij de patiëntpatiënt. Deze richtlijnen van V&VN helpen je om smetten te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen en te behandelen. Je leest hier over de pathofysiologie van smetten, de diagnostiek, de preventieve maatregelen en tot slot de behandeling.

Wanneer spreek je van smetten?

Een smet is een oppervlakkige huidaandoening die in de grote huidplooien bevindt. Vaak is de huid rood (erytheem) aan beide kanten van de plooi. Ook kan er sprake zijn van scheurtjes (fissuren), korstvorming, maceratie (verweking) of een nattende huid. Smetten kunnen ook ontstaan bij urine-incontinentie, door het contact dat de verzurende urine maakt met de huid.

Wanneer spreek je van smetten

Diagnostiek

Om vast te kunnen stellen welke oorzaak hieraan ten grondslag ligt, is een diagnose stellen door de zorgprofessional belangrijk.
  1. Inschatting van de risicofactoren bij het ontstaan van smetten:
  • De patiënt is een vrouw.
  • De patiënt heeft een gevorderde leeftijd.
  • Er is een verminderde weerstand door een onderliggende aandoening.
  • Er zijn al eerder smetten op de huid geweest.
  • Er is een verhoogde lichaamstemperatuur.
  • Er zijn tekortkomingen in de persoonlijke hygiëne of ADL van de patiënt.
  • Er is sprake van een verminderde mobiliteit.
  • De patiënt heeft diabetes.
  • De patiënt heeft obesitas.
  • Er is sprake van een vochtige huid, bijvoorbeeld door urine-incontinentie.
  1. De diagnose voor smetten wordt gesteld door de zorgprofessional aan de hand van de volgende klinische huidverschijnselen- en klachten:
  • De huid laat een glanzende roodheid (erytheem) zien, aan beide kanten van de plooi.
  • Er is sprake van scheurtjes (fissuren).
  • Er heeft zich een korst gevormd op de huid.
  • Er is sprake van maceratie (verweking).
  • De nattende huid heeft geleid tot exsudaat-vorming.
  • De patiënt heeft last van pijn, jeuk, een onaangename geur of branderigheid.
  1. De zorgprofessional stelt andere huidafwijkingen vast of sluit deze uit met de volgende aandachtspunten/situaties:
  • De inwerking van urine en/of faeces. In dat geval kan er sprake zijn van Incontinentie-gerelateerde dermatitis (IAD) oftewel urine-incontinentie.
  • Er is sprake van alternatieve aandoeningen, zoals: geel/groen exsudaat, pus- of korstvorming, satelliet laesies (‘eilandjes voor de kust’), randschilfering, natten, felrode huid, randschilfering of pustels (puistjes).
  • De patiënt heeft al eerder te maken gehad met smetten (door urine-incontinentie). Hij/zij is bekend in welke verschijningsvorm en behandelmethode van toepassing is.
  • Er wordt een andere deskundige specialist of zorgprofessional bij de situatie betrokken om de diagnose te kunnen vaststellen.
  • Een laboratoriumonderzoek bepaalt of er sprake is van differentiaal diagnostiek en welke behandeling nodig is.

Preventie: adviseer de patiënt over de risicofactoren van smetten en het tegengaan hiervan

De zorgprofessional evalueert met de patiënt onderstaande preventieve maatregelen dagelijks.

  • Voorkom (te) veel huid-op-huid contact.
  • Droog ook grondig tussen de plooien van de huid.
  • Besteed in de dagelijkse hygiëne extra aandacht voor huidzorg.
  • Wees waakzaam op overmatig transpireren.

Behandeling door de zorgprofessional

Welke behandeling wordt toegepast hangt af van de gestelde diagnose.  Neem altijd de volgende aandachtspunten in acht.
  1. Behandeling van smetten:
  • Breng bij een felrode, glanzende huid minimaal tweemaal daags Zinkoxidesmeersel FNA dunnetjes aan.
  • Pas één of meerdere preventieve maatregelen zoals hierboven beschreven minimaal tweemaal daags toe.
  1. Behandeling van smetten met een nattende huid:
  • Intensiveer de preventieve maatregelen naar driemaal daags.
  • Breng bij een felrode, glanzende huid minimaal tweemaal daags Zinkoxidesmeersel FNA dunnetjes aan.
  • Indien nodig kun je een antischimmelmiddel aanbrengen.
  • Gebruik geen barrièreproduct op de nattende huid; dit hecht niet.
  1. Behandeling van smetten met een geïnfecteerde huid:
  • Intensiveer de preventieve maatregelen naar driemaal daags.
  • Breng een combinatiepreparaat aan van Zinkoxidesmeersel FNA met een antischimmelpreparaat uit de groep imidazolderivaten.
  • Óf kies voor respectievelijk een antischimmelpreparaat, gevolgd door het Zinkoxidesmeersel FNA.
  • Gebruik geen barrièreproduct op de nattende huid; dit hecht niet.
  • Gebruik een oraal antistollingsmiddel níet tegelijk met miconazol.
  1. Overige aandachtspunten voor de zorgprofessional bij (het behandelen van) smetten:
  • Bij overmatig exsudaat is het belangrijk om niet verklevend, absorberend verband te gebruiken.
  • Indien er na twee weken geen gewenst behandelresultaat is, kan een kweek inzicht geven in de vervolgstappen.
  • Zet geen onderhoudsdosering in bij gebruik van een antischimmelpreparaat. Raadpleeg de benodigde duur van de behandeling via de bijsluiter.
  • Maak een borstverkleinende operatie bespreekbaar wanneer een vrouwelijke patiënt kampt met chronische smetten onder de borsten.
  • Afhankelijk van de problematiek kan eventueel een andere specialist, zoals een bedrijfsarts, ergotherapeut of maatschappelijk werker worden ingeschakeld.
  1. Evaluatie van de behandeling door de zorgprofessional
  • De behandeling wordt 3, 7 en 14 dagen na de start geëvalueerd.
  • Zoek bij twijfel, of bij een geïnfecteerde huid altijd afstemming met een meer deskundige zorgprofessional.
  • Overweeg een microbiologische kweek wanneer na 14 dagen geen verbetering is opgetreden.
  • Wanneer de klachten toenemen, moet een aangepaste diagnose en behandelplan worden vastgesteld.

Samenwerkingsafspraken

Organisatie van zorg: een aantal punten dienen te worden vastgelegd door de zorgprofessional:

  • De (eind)verantwoordelijke bij het zorgproces.
  • Het evaluatiemoment, de werkwijze en de betrokken deskundigen die kunnen worden geraadpleegd.
  • Het evaluatiemoment, de werkwijze en wie naar wie doorverwijst.
  • Het opnemen van smetten als structureel aandachtspunt in de anamnese.
  • Alle betrokken disciplines bij de behandeling van de patiënt.
  • De contactpersoon voor de patiënt.
  • Structurele momenten van overleg.

Het voeren van eenduidig beleid wordt gewaarborgd aan de hand van de volgende punten:

  • Maak korte communicatielijnen tussen de patiënt en alle betrokken disciplines.
  • Stel vast welke zorgprofessional (eind)verantwoordelijk is voor het beleid van preventie en behandeling.
  • Houd het gezamenlijke behandelplan up-to-date en betrek de patiënt hierbij.
  • Zorg voor een duidelijke contactpersoon voor de patiënt.
  • Leg een zorgdossier aan voor de patiënt en stel een coördinerende zorgprofessional aan die het dossier bewaakt.
  • Ontwikkel een protocol binnen de organisatie waar de richtlijnen m.b.t. preventie- en behandelbeleid zijn vastgelegd.
  • Voer het beleid uit conform de gemaakte afspraken.

Overdracht van de zorg: in een overdracht(document) binnen een team/afdeling wordt minimaal de volgende informatie opgenomen:

  • Risicofactoren- en gebieden van de aanwezige smetten.
  • Afspraken rondom de behandeling/preventie van smetten.
  • Een dagelijkse evaluatie van de toestand van de smetten, ervaringen van de patiënt, de toegepaste interventies en de gebruikte middelen.
  • Persoonsgegevens van de patiënt.
  • De reden voor de inzet van (preventieve) maatregelen.
  • Een logboek van de behandeling, opgesteld door de zorgprofessional.
  • Beschrijving van de smetten.
  • Maatregelen en de opvolging van de adviezen.

Voorlichting:

  • Het is belangrijk om zowel mondelinge als schriftelijke voorlichting te geven. Met extra aandacht voor het correct opvolgen van de adviezen door de patiënt.
Voorlichting bij smetten

Implementatie in de organisatie door de zorgprofessional

  • Verbeter de kennisverspreiding- en overdracht via de in- en externe kanalen.
  • Hanteer een consequent beleid rond de zorg bij smetten op alle afdelingen.
  • Blijf het onderwerp smetten onder de aandacht brengen bij zorginstanties.
  • Zorg voor duidelijkheid rondom de opvolging van het beleid bij alle betrokkenen.
  • Evalueer regelmatig de voortgang en ingezette verbeteracties
  • Maak van het onderwerp smetten een standaard aandachtspunt in de zorgbehandeling.

Bron: V&VN

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on google
Google+
Share on linkedin
LinkedIn